Vorige pagina

Solanaceae - Nachtschadefamilie

Tomaten zijn afkomstig uit Midden-Amerika waar de voorvaderen van de Inca's en de Maya's kleine varianten kweekten. Toen de Spanjaarden Mexico veroverden was de plant daar al ingeburgerd. De Spaanse conquistadores stuurden planten met kleine, gele vruchten naar hun vaderland. De als giftig beschouwde planten werden als sierplant geteeld. Rond 1750 kwam men er in Italië en de Provence achter dat de gele vruchtjes, ‘pomo d'oro’ (Italiaans voor ‘gouden appel’), eetbaar waren. In de Dodoensuitgave van 1616 noemt Dodoens de tomaat voor het eerst ook ‘Aurea Mala’. In het Nederlands blijft hij de plant - tot in zijn laatste postume uitgave van 1664 - steeds ‘Gouden - Appelen’ noemen.

Door kruisen en selecteren kreeg de tomaat de rode kleur. Van oorsprong is de tomaat een kruipend gewas, maar voor een betere oogst worden tomaten tegenwoordig omhoog geleid, waardoor de oogst groter is en makkelijker verloopt.  

De tomaat heeft een lange weg afgelegd voor hij als een van de belangrijkste groentes in onze keuken en op ons bord kwam. In 1810 vermeldde Nicolas Appert het inmaken of wekken van tomaten Sinds 1830 verschenen er tomaten op de Parijse markt en van daar uit werden ze ook naar Brussel gevoerd.

In 1865 werden ze in ons land als 'vrij algemeen' bestempeld. In 1880 waren er zelfs meer dan een dozijn verschillende rassen in Nederland bekend.
De meeste tomaten in ons land worden van oudsher in kassen of serres verbouwd. In Aalsmeer gebruikte men de kassen hoofdzakelijk om planten in de winter aan te voeren. In de zomer teelde men dan de tomaten in de kassen, die men in de zomer niet gebruikte. De tomaten werden daarna in Amsterdam verkocht, in Aalsmeer at men deze vreemde vruchten niet. Het Amerikaanse hooggerechtshof heeft bepaald, dat de tomaat een groente is en geen fruit.

Solanum lycopersicum ‘Kampioen’, is ruim vanaf 1903 ruim 50 jaar lang een populair ras geweest bij de tomatenkwekers. Waarlijk een kampioen onder de tomaten.  Deze tomaat behoort tot de erfgoedrassen van het Centrum Genetische Bronnen, Nederland en wordt door de Historische Tuin Aalsmeer weer gekweekt om het ras in stand te houden.

 

Bij ons leer je de wereld kennen