Vorige pagina

Cucurbitaceae – Komkommerfamilie

Komkommertijd de zomerperiode waarin geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden en alle nieuwtjes welkom zijn.

De komkommer is de vrucht van de eenjarige komkommerplant (Cucumis sativus), en is langwerpig en recht of gekromd, in kleur variërend van wit of geel tot groen. Het vruchtvlees is wittig of groenachtig, en kan bitter zijn vanwege cucurbitacinen. De bitterheid is er gaandeweg uitgekweekt, zoals uit zoveel groenten. Komkommers en augurken behoren tot dezelfde soort, van allebei zijn vele rassen bekend. Komkommers worden meestal rauw gegeten, augurken worden vaak ingelegd in azijn met kruiden.

Het zijn klimmende of liggende planten met stijve borstelige haren, met onvertakte ranken en verspreide bladeren met 3-5 spitse lobben. De grote bloemen zijn dooiergeel, de kelk is vijftallig.

Gekweekte komkommers kunnen vaak zonder bevruchting ontstaan (parthenogenese), en hebben dan geen zaden. Dat wordt vaak bevorderd door rassen te kweken die alleen vrouwelijke bloemen hebben. Vroeger werden bestuivers (bijen) uit de kassen geweerd, nu hoeft dat niet meer. Augurkenplanten moeten voor een goede vruchtzetting juist wel worden bestoven. Komkommers en augurken hebben veel zon nodig, en worden in Nederland meestal in kassen gekweekt, vroeger vaak ook onder plat glas.

De precieze oorsprong van de komkommer is onbekend, waarschijnlijk een cultigen uit de lagere regionen van de Himalaya. De meeste van de ongeveer dertig soorten van het pittenrkuid (Cucumis) komen uit Afrika. De naam is de oude Latijnse naam voor de vrucht die al duizenden jaren in cultuur is, het eerst in India. Sativus is Latijn voor gekweekt.

 

Bij ons leer je de wereld kennen