Vorige pagina


Het geslacht Corylus behoort tot de Berkenfamilie (Betulaceae, een aantal soorten is vooral bekend vanwege de eetbare noten.De forse struik vormt van nature een brede massa van 3,5-4,5 m lange takken. 
In de winter sieren de manlijke bloemen de takken, aan het eind van de winter bieden ze met hun gele stuifmeel een mooie aanblik.
Hazelnoten krijgen van alle inlandse struiken en bomen de meest voedzame vruchten.

De naam Corylus is afgeleid van het griekse korys, helm of hoofdbedekking.vellana verwijst naar de streek Avella Vecchi in Zuid Italië, waar hazelnoten ten tijde van de Romeinse overheersing werden gekweekt.
Hazelaar, Haesel is Angelsaksisch, het woord betekent kap of muts, dat verwijst naar het vruchtomhulsel. Haes eveneens Angelsaksisch betekent bevelen. Een hazelaarstaf was een teken van gezag.

De gewone hazelaar hoort thuis in een loofhoutbos op voedselrijke, vochthoudende bodem. Het is een begeleidende soort in het eiken-haagbeuk- en eikenbos. Ze kunnen schaduw hebben allen bij veel schaduw is de bloei minder. Gewone hazelaar verdraagt geen zeewind.

De mannelijke katjes worden reeds in het groeiseizoen gevormd in de bladoksel en overwinteren naakt. Bij strenge vorst kunnen de katjes bevriezen. De vrouwelijke bloem wordt ook al voor de winter gevormd maar blijft onzichtbaar in een knop. De vrouwelijke bloem bevriest al bij -9 C°. Dit is  een van de oorzaken van jaren met weinig noten. Reeds eind januari, begin februari begint de bloei. De bestuiving wordt aan de wind overgelaten. Bij sommige exemplaren bloeien de vrouwelijke bloemen vóór de manlijke, bij andere juist andersom. De vrouwelijke bloei toont alleen haar rode stempels. De uitgebloeide manlijke katjes vallen af. De vrouwelijke stempels verdwijnen nadat ze zijn bestoven in de knop waar de vruchtzetting begint. Bestuiving met eigen stuifmeel levert niet veel noten op, kruisbestuiving is productiever.

De vruchten zitten in een kluster van 1 tot 4 hazelnoten bijeen. Iedere noot weer in een vruchtomhulsel (nap) dat de noot gedeeltelijk vrijlaat (de groene, gefranjerde bolster laat de punt van de noot zichtbaar). Het vruchtomhulsel heeft per hazelaar soort een eigen vorm. Het eetbare zaad in de harde schil is in augustus op ware grootte en in oktober rijp. De hazelnoot valt dan met of zonder vruchtbeker af, naar gelang de hazelaar soort.

Hazelaars kunnen last krijgen van een rondknopmijt, waarbij de knoppen worden leeggegeten, in de natuur wordt dit niet bestreden in de hazelnotengaard wel.

Toepassingen:

Rituele/Spirituele plant
Hazelaartwijgen zijn geschikt als wichelroede. Wichelroedelopers gebruiken bij voorkeur een (gevorkte) eenjarige twijg om metaal, zoutlagen of water, verborgen onder de grond, te zoeken.

Keukenkruid
De Hazelnoot levert vruchten die rijk zijn aan eiwitten: 1 kg hazelnoten is vergelijkbaar met 5 kg vlees. Hazelnoten zijn goed bij bloedarmoede en impotentie. Maar niet teveel anders krijgt men last van hoge bloeddruk.

Geneesplant
In de geneeskunde gebruikte men vroeger de bladeren bij darmstoornissen ende katjes als koortsverlagend middel. Ook nu nog maakt de farmaceutische industrie gebruik van de hazelaar bij de fabricage van medicijnen tegen lever- gal en blaasstoornissen.De hazelnotenolie wordt gebruikt in de cosmetische industrie en in de verfindustrie.

Vogels
Van de dieren is de eekhoorn de meest bekende hazelnoot snoeper, maar ook bosmuizen, Vlaamse gaaien, Boomklever en de Grote bonte specht zijn liefhebbers.

Grondstof
De buigzame hazelaartwijgen kunnen goed gebruikt worden voor allerlei vlechtwerk. Ze worden ook gebruikt voor oeverbeschoeiing. De bladeren verteren snel tot vruchtbare humus. Het hout brand goed en levert bovendien houtskool.
Een belangrijke en bijzonder toepassing van het hout was vroeger als schuimspanen in bierbrouwerijen en bij de azijnproductie.

Link met geschiedenis
De hazelaar werd al door de Grieken en Romeinen in cultuur gebracht vanwege zijn voedzaamheid en de olie die uit de noten gewonnen kan worden. Eeuwenlang diende hij als hakhout, de stobben bleven staan en schieten weer opnieuw uit. In de prehistorie gebruikte men de dikke rechte takken voor speren en landbouwgereedschap. Dunnere takken gebruikte men als bouwmateriaal, hutten werden ervan opgetrokken en met leem bepleisterd.
De Romeinen noemden Schotland Caledonia, afgeleid van cal-dun wat hill of hazel betekent. Voor hen was Schotland het land van de hazelaars.

 

Bij ons leer je de wereld kennen