Vorige pagina

Poaceae - Grassenfamilie

Citroengras is een vaste plant die wel 1.5m hoog kan worden. De stengels staan dicht bij elkaar en zijn onderaan verdikt, de bladeren zijn langwerpig-lijnvormig, met ruwe randen; de bloeiwijzen zijn vertakt, met weinig bloemen. Citroengras komt oorspronkelijk uit Azië (Zuid-India en Sri Lanka) en is daar al heel lang in cultuur; het wordt tegenwoordig veel in de VS in Florida gekweekt. Citroengras groeit van oorsprong op open, vaak droge plaatsen, en is bij ons absoluut niet winterhard. – Grassenfamilie

De naam Cymbopogon komt uit het Grieks, en is afgeleid van kumbe (schuitje) vanwege de schuitvormige schutbladen, en pogon (baard), vanwege de lange kafnaalden. Citratus verwijst naar de sterke citroenachtige geur.

De citroengeur zit hem in de aromatische oliën, met daarin de stof citral, ook wel limonal genoemd, een terpeen dat in zeep en andere cosmetica wordt gebruikt; deze stof komt ook voor in citroenmirte (Backhousia citriodora, een Myrtaceae uit Queensland, Australië), Litsea cubeba (fam. Lauraceae, ZO-Azië), citroenverbena (Aloysia citriodora, Verbenaceae, uit Zuid-Amerika), citroenmelisse (Melissa officinalis, fam. Lamiaceae, Zuid-Europa), en allerlei citrusvruchten. De geurstoffen in de buitenkant van een citroenschil komen er het dichtste bij en kunnen bij het koken dienen als vervanging voor citroengras. Het wordt in verscheidene Aziatische keukens gebruikt, vooral in de Indonesische, Thaise, Indische en Vietnamese. In Indonesië heet de plant sereh, in het Engels lemon grass.

Vroeger was het bij ons alleen gedroogd, ingevroren of als poeder te koop, tegenwoordig ook vers. De olie wordt wel gebruikt om bijenvolken te lokken. In de tropen wordt het vaak in de traditionele geneeskunst gebruikt, in kruidenpreparaten en in thee.

 

Bij ons leer je de wereld kennen