Vorige pagina

De yam is een wortelknol uit de tropen – maar dan? De soort die ook wel zoete aardappel wordt genoemd is Ipomoea batatas; hij behoort tot de windefamilie en komt oorspronkelijk uit Amerika; de knol is langwerpig en geel tot rood. De iets zoetere yam vormt een veel grotere knol, en behoort tot het geslacht Dioscorea, in de yamswortelfamilie, verwant aan de leliefamilie; er zijn verscheidene soorten eetbaar en in de winkel te koop, andere soorten zijn erg giftig – dat zijn de soorten met verspreide bladeren, de eetbare hebben tegenoverstaande bladeren. En dan is er nog de olifantenyam,  Amorphophallus paeoniifolius, uit Zuidoost-Azië, die tot de aronskelkfamilie behoort; de afgeplatte knol zit aan de stengelbasis, en wordt met een stukje steel er aan verkocht.

Het geslacht Dioscorea is genoemd naar de Griekse arts Pedanius Dioscorides die aan het begin van onze jaartelling in dienst was van het leger van de Romeinse keizer, en het beroemde boek De Materia Medica schreef, o.a. over het medicinaal gebruik van planten. De soortnaam batatas komt van de volksnaam batata voor de zoete aardappel – en is terug te vinden in de woorden patat en potato. De nu geldige soortnaam polystachya is afgeleid van twee Griekse woorden: poly betekent veel, en stachus betekent aar, dus met veel aren (aarvormige bloeiwijzen). De naam Dioscorea batatas wordt nog veel gebruikt, maar botanici hebben besloten dat de correcte naam voor deze soort Dioscorea polystachya is, dus Dioscorea batatas is een synoniem van Dioscorea polystachya. De naam yam stamt waarschijnlijk uit het Portugees of Spaans, de talen van de Europeanen  die in de tropen het eerst kennis maakten met de zoete aardappel.

Er zijn tientallen soorten in dit geslacht. Veel ervan hebben eetbare, zetmeel houdende knollen, andere kunnen door alkaloïden erg giftig zijn. De Chinese yam komt, zoals de naam al zegt, uit China en andere gematigde streken in Zuidoost-Azië. Het is dus een soort die bij ons winterhard is. Hij groeit in het wild meest op zonnige hellingen, maar verwildert in Amerika ook op meer beschaduwde plaatsen. Daar breidt hij zich in sommige gebieden sterk uit, en wordt dan als invasief beschouwd.

Het is een overblijvende klimplant. De recht naar beneden groeiende wortelknol is knotsvormig of cilindrisch en kan wel 90 cm lang worden. De enigszins driekantige stengel windt met de klok mee en draagt knolletjes in de bladoksels. De bladeren staan tegenover elkaar, zijn eirond, met een hartvormige voet en een puntige top, en worden tot 8 cm lang. De bloemen zijn wit, staan in okselstandige trossen, en ruiken naar kaneel, vandaar de Engelse naam Cinnamon vine. De vrucht is een openspringende doosvrucht met drie vleugels. Deze soort is eenhuizig, maar om zaden te verkrijgen is één plant niet genoeg, want de planten zijn niet zelfbestuivend.

De plant wordt gekweekt vanwege de eetbare, zetmeelhoudende wortelstokken. Hij werd in de 19e eeuw in Europa geïntroduceerd, toen daar de aardappeloogst mislukte doordat de knollen werden aangetast door de aardappelziekte (phytophthora). De knollen worden in de Chinese traditionele geneeskunde gebruikt, één van de Chinese namen betekent ‘medicijn uit de bergen van Huai’. Het is de enige soort waarvan de knollen rauw kunnen geworden gegeten, bijvoorbeeld in Japan, als tororo. 

Bij ons leer je de wereld kennen