Vorige pagina

Solanaceae - Nachtschadefamilie

Solanaceae - Nachtschadefamilie

Wie kent er niet het klassieke rijtje aardappelen-groente-vlees voor het middag- of avondeten? Generaties Nederlanders zijn ermee groot geworden. Toch is de belangrijke rol van de aardappel in onze voeding nog niet zo heel oud, van na de ontdekking van Amerika om precies te zijn. Voor de komst van de aardappel waren brood, granen en peulvruchten de belangrijkste energiebronnen. De term stapelvoedsel is een letterlijke vertaling van het Engelse staple food, en wordt bijvoorbeeld in de archeologie veel gebruikt – basisvoedsel is een makkelijker woord voor zo’n voedingsmiddel dat een groot deel van het dagelijkse voedsel vormt. Tegenwoordig worden naast aardappelen en brood in Nederland ook veel rijst en pasta gegeten. Veel aardappelen eten we tegenwoordig in vorm van patat of chips.

De naam Solanum komt waarschijnlijk van het Latijnse werkwoord solari, dat pijn stillen of leed verzachten betekent. Dat verwijst naar de pijnstillende en hallucinogene alkaloïden die in veel leden van dit geslacht, en de hele nachtschadefamilie voorkomen. Veel van deze planten zijn dan ook uitermate giftig, en van de aardappel is alleen de knol eetbaar, mits gekookt of gebakken. De naam nachtschade verwijst naar deze giftige stoffen. De soortnaam tuberosum betekent knoldragend.

Aardappelen werden al zo’n 8000 jaar geleden in de bergen van zuidelijk Peru gekweekt, waarbij de knollen door selectie niet meer giftig waren. De rest van de plant bevat wel giftige alkaloïden. In 1537 maakten de Spanjaarden kennis met de aardappel, en de plant werd in 1562 op de Canarische eilanden gekweekt. De eerste prefect van de Leidse Hortus, Carolus Clusius, was bij de aanplant van de Hortus in de zomer van 1594 al bekend met de aardappel, waarvan hij in 1588 een afbeelding toegestuurd kreeg. De plant stond toen niet in de Hortus, maar op een verlanglijstje van Clusius. In 1601 publiceerde hij een houtsnede en een beschrijving in zijn boek Rariorum Plantarum Historia.

In de 19e eeuw bereikte de veroorzaker van aardappelziekte, de schimmel Phytophtora infestans, Europa, een ramp voor al diegenen die voor hun voedsel bijna helemaal van de aardappel afhankelijk waren, zoals de bevolking van Ierland. Toen zijn wel een miljoen Ieren vanwege de honger naar Noord-Amerika geëmigreerd. Tegenwoordig is ook bruinrot, veroorzaakt door de bacterie Pseudomonas solanacearum, een bedreiging voor de aardappeloogst.

Er zijn heel veel landrassen en ‘cultivars’, en men is door kruising en selectie nog steeds op zoek naar ziekteresistente rassen. Daarvoor gaat men ook op zoek naar oorspronkelijke aardappelrassen- en soorten in Zuid-Amerika.

Aardappelplanten lijken wel wat op tomaten en andere leden van het geslacht Solanum. Ze hebben veervormig samengestelde bladeren en vrij kleine, vijftallige bloemen, met een witte tot paarse kroon, waarvan de vijf helmknoppen, het bovenste deel van de meeldraden, naar elkaar toe zijn gebogen. De vrucht is een bolle, gladde, geelgroene bes. De aardappelknollen zitten aan ondergrondse uitlopers.

Bij ons leer je de wereld kennen