Vorige pagina

Jummie of jakkie?

Winterpostelein kennen we in Nederland pas sinds midden 18e eeuw toen de Engelse John Clayton vanuit Noord Amerika gedroogde exemplaren ervan naar botanicus Gronovius in Leiden stuurde. Deze deelde ze met Linnaeus, die deze plant vervolgens naar Clayton vernoemde. Inmiddels is deze plant ook in Europa ingeburgerd.

Winterpostelein is te herkennen aan de vlezige schotelvormige blaadjes waarop witte bloemetjes prijken. In de bloemetjes vindt zelfbestuiving plaats waarna een driedelige doosvrucht wordt gevormd. Wanneer de zaden daaruit vrijkomen trekken ze mieren aan met een zogenaamd mierenbroodje dat eraan zit. De mieren nemen de aantrekkelijke zaden dan mee naar hun nest en zorgen zo voor de verspreiding.

Het was vroeger een veel gegeten wintergroente, die op grote schaal is gekweekt. De plantjes vermeerderen zich gemakkelijk en zijn daardoor op veel plaatsen verwilderd. Je treft ze bijvoorbeeld aan in de duinen, in perken en tuinen en zelfs op begraafplaatsen.

Daarnaast kennen we ook zomerpostelein, Portulaca oleracea uit de familie Portulacacaea. Een plant die hier al in de prehistorie voorkwam.

Smaken verschillen. Zo zijn er mensen die dol zijn op gestoofde zomerpostelein. Iets wat sommigen ronduit vies noemen. Misschien zijn zij meer te spreken over een soepje of een salade met winterpostelein.

Foto: André Biemans

Bronnen:
https://www.floravannederland.nl/planten/witte_winterpostelein
https://mergenmetz.nl/tuin/groentesoorten/postelein-zomerpostelein/
https://www.encyclopediavirginia.org/clayton_john_1695-1773

Bij ons leer je de wereld kennen