Vorige pagina

Van apotheker en Hortulanus Cluyt weten we minder dan van zijn prefect Clusius. Hij werd in 1546 in Haarlem geboren, en werd daar apotheker. In 1578 vestigde hij zich in Delft, waar hij een beroemde apotheek, ‘De Granaetappel’, had en een grote tuin met bomen, kruiden, en bijen. Als plantenkenner en –verzamelaar correspondeerde hij met Clusius. In mei 1594 werd hij door de Leidse Universiteit aangesteld om de aanleg van de nieuwe Hortus ter hand te nemen. Veel van de planten in de nieuwe tuin waren dan ook afkomstig uit de tuin van Cluyt. Hij was de eerste die een boek over het houden van bijen schreef: ‘Van de Byen, hare wonderlicke oorsprong’. Dit boek is geschreven in de vorm van een dialoog tussen Cluyt en Clusius, en laat zien dat beide heren het uitstekend met elkaar konden vinden. De plotselinge dood van Cluyt in 1598 leidde er toe dat Clusius steeds minder bemoeienis met de Hortus had. De zoon van Cluyt, Augerius Clutius, was een verdienstelijk botanicus, maar werd door de Universiteit, tegen de zin van de studenten, niet tot Cluyt’s opvolger benoemd 

Bij ons leer je de wereld kennen