Vorige pagina

Carolus Clusius

“Die wijtloopende fame van u.E. ervarentheidt int stuck van cruyden ende planten, heeft my sonder ander breeder kennisse van u.E. persoone, zeer verblijdt, verstaende u.E. haere residentie in onsen Nederlande heeft genomen…”. 

(Willem Jasperse Parduyn uit Middelburg aan Carolus Clusius in Leiden, 27 november 1593).

 

Charles de l’Écluse of Carolus Clusius werd in Vlaams Noord-Frankrijk geboren en studeerde rechten en medicijnen. Hij reisde heel Europa rond om planten te verzamelen, beschrijven, kweken en bestuderen, en werd zo één van de eerste echte botanici. Hij had een passie voor planten, maar ook uitstekende contacten met iedereen die in zijn tijd in planten was geïnteresseerd – zijn netwerk wordt op het ogenblik uitgeplozen op het Leidse Scaliger-instituut van de Universiteitsbibliotheek, waar veel van zijn correspondentie wordt bewaard. Hij woonde jarenlang in Wenen, waar hij een tuin aanlegde voor Keizer Maximiliaan II. Daar begon hij met het verzamelen van bolgewassen, waaronder de tulp, die in die tijd in Turkije werd gekweekt. Clusius arriveerde op 19 oktober 1593 in Leiden, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen. Hij hield zich tot de dood van Cluyt in 1598 met de tuin bezig, en wijdde zich daarna aan het schrijven van zijn verzamelde werken: Rariorum Plantarum Historia (1601) en Exoticorum Libri Decem (1605).

 

In 2009, ter ere van het 400-jarige sterfjaar van Clusius, werd er in de UB een tentoonstelling gemaakt over de eerste prefect van de Hortus. U kunt deze online nog bekijken via deze link. 

Bij ons leer je de wereld kennen