Vorige pagina

Ephedra sinica is een naaktzadige die tot dezelfde oeroude plantengroep behoort als Welwitschia en Gnetum. Het is een klein struikje met groene stengels en kleine blaadjes, niet te verwarren met de paardenstaart (Equisetum), een bijzondere groep van varens. Ephedra produceert stuifmeel in kleine mannelijke kegeltjes, en zaden in aparte vrouwelijke kegels.

De zaden zijn omgeven door een vlezige rode laag, waardoor ze op bessen lijken, die eetbaar zijn – in tegenstelling tot de ‘bessen’ van de ver verwante venijnboom (Taxus baccata). De soort is goed aangepast aan droogte en komt in het wild voor in open gebieden in China en de rest van Centraal- en Oost-Azië. De plant produceert ephedrine, een stimulerende stof die ernstige bijwerkingen kan geven. De naam zeedruif wordt in het Nederlands ook gebruikt voor een soort ribkwalletje. In de traditionele Chinese geneeskunde worden zowel de wortels als de stengels gebruikt; de laatste worden in bundeltjes verkocht als Mahuang (麻黄), tegen koorts, vooral bij malaria, bij hoest en verkoudheid, en als een diureticum.
 

Bij ons leer je de wereld kennen