Vorige pagina

Nootmuskaat is een kleine altijdgroene en geurende boom, tot 10 m hoog, met lange bladeren en kleine bleekgele bloemen. De soort is oorspronkelijk
afkomstig van de Molukken in Indonesië, maar tegenwoordig wordt hij ook gekweekt in andere landen in Zuidoost-Azië, in tropische streken van China, en op Grenada in het Caraïbisch Gebied.

Zowel de geslachtsnaam Myristica als de soortnaam fragrans verwijzen naar de kruidige geur van alle delen van deze boom. Het is een tweehuizige soort, zodat alleen de vrouwelijke bomen gekweekt worden vanwege hun kostbare, gele vlezige vruchten, die twee specerijen leveren: de bekende muskaatnoot is het zaad, waaromheen een felrode zaadrok wordt gevormd, die als foelie in soep en andere gerechten wordt gebruikt.
De uit de zaden gewonnen olie wordt als medicijn gebruikt, en in zeep en tandpasta. Nootmuskaat bevat myristicine, dat in grote hoeveelheden giftig is, en hallucinerend en verslavend kan zijn. Het werd ook als een afrodisiacum gezien. In China wordt de nootmuskaat gebruikt, o.a. voor het winnen van nootmuskaatolie. De zaden worden in de traditionele Chinese geneeskunde gebruikt als roudoukou (肉豆蔻) om de eetlust en darmbewegingen te bevorderen, en tegen diarree. Ze kunnen tegen zwellingen, pijn en misselijkheid worden gebruikt, en om insecten te weren.

Foto Hans Clauzing

Bij ons leer je de wereld kennen