Vorige pagina

De meeste soorten van het geslacht Citrus komen uit Azië, maar ze worden nu over de hele wereld gekweekt vanwege hun verbazende variëteit aan eetbare vruchten. De meeste soorten zijn in ons land niet winterhard, zodat hier vanaf de 17e eeuw koele kassen, de zogenaamde oranjerieën, werden gebouwd voor de ‘oranjeappel-boompjes'.
Foto Wikicommons

Het verband tussen sinaasappels en China is duidelijk in de Nederlandse naam voor deze vruchten. En de naam van de mandarijn verwijst natuurlijk ook naar China. De mandarijn is een kleine boom uit het subtropische deel van China. Het is één van de meest winterharde soorten, die veel in Zuid-China wordt gekweekt. Citrus-bomen hebben meestal gladde, glanzende, heldergroene bladeren en wasachtige witte bloemen met een sterke, aangename geur. De vruchten zijn bessen, die ook wel hesperidia worden genoemd; ze zijn van binnen in partjes verdeeld, met speciale grote cellen die het vitamine C-rijke sap bevatten. De leerachtige schil heeft een bittere smaak en is bezaaid met oliehoudende klieren. De vruchten en zaden worden gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde: de pitten als Juhe (橘核), de oranjerode schil als Juhong (橘红), de groene schil als Qingpi (青皮), en de gedroogde schil als Chenpi (陈皮). De vruchten zijn goed tegen de dorst en bevorderen de spijsvertering.

Bij ons leer je de wereld kennen