Vorige pagina

Deze grote boom uit China, Korea en Japan is ook bekend onder de naam Sophora japonica, sinds de soort in 1753 door Linnaeus werd beschreven. Sophora is een oude Arabische naam voor dit geslacht, en de soortnaam japonica is gekozen omdat het eerste materiaal dat Linnaeus onder ogen kreeg waarschijnlijk uit Japan kwam. In 1830 werd de soort naar het geslacht Styphnolobium verplaatst, zo genoemd vanwege de wrange smaak van de peulen.

De soort behoort tot de vlinderbloemenfamilie en heeft nogal bros hout, zodat de boom tijdens stormachtig weer vaak enkele takken verliest. Hij bloeit in juli en augustus met trossen witte bloemen, die zelden uitgroeien tot vruchten. Ze zijn een belangrijke bron van nectar voor bijen. De peulen leveren een gele kleurstof, terwijl de onrijpe bloemen kunnen worden gebruikt om stoffen geel te kleuren, of om blauwe stof groen te kleuren. De bloemknoppen, bloemen en vruchten worden gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde. De peulen bevatten één tot zeven zaden, en vroeger werden alleen de peulen met groepjes van twee of drie zaden gebruikt. De bloemen of knoppen worden gebruikt als Huaihua (槐花), vanwege de samentrekkende werking, en bij rode en gezwollen ogen; de vruchten worden gebruikt als Huaijiao (槐角), vanwege de versterkende en ontstekingsremmende eigenschappen, en bij de behandeling van wonden. 

Bij ons leer je de wereld kennen