Vorige pagina

De grote pimpernel is een vaste plant uit Eurazië, die in Noord-Amerika is ingeburgerd. Hij behoort tot de rozenfamilie. De soort is in 1753 door Linnaeus beschreven, en werd toen als een medicinale plant beschouwd; vandaar de naam Sanguisorba, wat bloedstelpend betekent, en officinalis: medicinaal. Hiervoor werden de wortels gebruikt, die tannine bevatten.

De veervormig samengestelde bladeren zijn eetbaar. De kleine bloemen zijn diep donkerrood, en staan bij elkaar in kenmerkende veelbloemige aren. Deze bloeiwijzen werden in Engeland gebruikt bij het maken van wijn, en ze maken deze soort tot een aantrekkelijke sierplant. In Nederland groeit de soort in het wild op vochtige, voedselrijke plekken. De wortels worden in de traditionele Chinese geneeskunde gebruikt als Diyu (地榆), tegen koorts, slangen- en insectenbeten, huidafwijkingen, en voor de behandeling van wonden en problemen na de bevalling. 
 

Bij ons leer je de wereld kennen